Wendingen

Ook deze keer weer een column van mij uit de augustus-editie van #CityMagazineMaastricht&regio

http://citymagazinemaastricht.nl/

City_mag_bannerFB_new.indd

Het is de eerste week van de zomervakantie en ik ben niet in mijn normale doen. Na hard werken in die warmte met vermoeide leerlingen, is het lastig een lagere versnelling te vinden. ’s Ochtends schrik ik wakker op een tijdstip dat ik normaal op de fiets zat, of zelfs al voor de klas stond. Hoeps, benen uit bed … oh nee, vrij … Benen terug. Talloze post-its met “denk aan … ” zijn niet van mijn netvlies te branden. Wat een jaar was het. Inderdaad, leraren denken in schooljaren, niet in kalenderjaren. Een jaar waarin ik regelmatig over mijn schouder moest kijken om te zien waar ik bleef. Er is zoveel gebeurd. We zijn hertrouwd. Dat staat maar liefst op nummer zeven in de lijst van stress verhogende levensgebeurtenissen. Ons huwelijk kwam na de “echtelijke verzoening”, op tien in die lijst. Ja, ik moest er ook om lachen. We wilden graag een ander huis. Oude woning verkocht, nieuwe gekocht en verhuisd. Op nummer drieëndertig in de stresslijst, niet zeuren dus. Kinderen opvoeden staat er ook in, een nog niet afgerond project bij ons thuis. En als klap op de vuurpijl heb ik een nieuwe baan. Genoteerd op de achttiende plaats. Maar als ik die hele top veertig bekijk staan daar wel meer zaken in waar we ons het afgelopen jaar doorheen geworsteld hebben. Ach, wat zou het leven saai zijn als de weg rechtdoor liep. Zonder af en toe en zijstraat, een doodlopend weggetje, een hoge berg of diep dal. Ons levenspad vormt ons, geeft emoties, kracht, kleurt het leven. En leert ons dat alles altijd doorgaat. Dat je na een periode van ellende weer gaat genieten. Het leven kent geen navigatiesysteem, geen “Keer om, alstublieft”, geen “Vervolg de weg voor tachtig kilometer”. Je weet niet altijd welke afslag je op een rotonde moet nemen. Niet erg, een omweg is soms beter.
Mijn oude school heeft me uitgezwaaid, mijn nieuwe me warm ingehaald. Wat zal komend jaar me brengen? Een jaar waarop ik me verheug, vast weer vol onverwachte wendingen. Maar eerst afschakelen, even wel een rechte weg. Eventjes.

Vivianne Rijnders©

Advertenties

Mei

City_mag_bannerFB_new.indd

En nog een column die ik voor City Magazine Maastricht en Regio mocht schrijven. Gemaakt in … mei.
http://citymagazinemaastricht.nl/

Mei
Het is mei. De Dag van de Arbeid, Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. De maand van Communiefeesten, Processies, Hemelvaart. Mariamaand. En dit jaar ook de aanloop naar de Heiligdomsvaart. Er is steeds iets te doen in en om de stad. Heerlijk. Bijna elke zondagochtend klinkt er harmoniemuziek in de buurt. De feestelijke tonen rollen door de open ramen het huis binnen en geven de dag een fijn kleurtje. En door zoveel festiviteiten en vrije dagen staat de stad alweer bol van de toeristen.
Tegen een muur in de Stokstraat staat een koppel. Op bergschoenen, gewapend met nordic-walking-stokken. “Ik wil een winkelstraat, dit is geen winkelstraat,” dramt zij. “Winkels zat toch,” bromt hij. Ik moet dringend mijn veter opnieuw strikken want hier smul ik van. “Wáár zie jij dan winkels?” “Nou hiero!” Hij maait met zijn stokken door de lucht, terwijl hij verlangend naar De Karkol kijkt. Hij proeft het pilsje al. “Een kroeg ja! En van die zakies die niks voor mijn zijn! Ik mot H&M! En C&A!”, galmt ze. Hij zucht. Ze werpt hem een woedende blik toe en nordic-walkt met stevige tred de Stokstraat uit. Hij haalt zijn schouders op, blikt triest richting het café en sjokt achter haar aan. De stokken op zijn schouder. Een pashokjesmiddag vrezend, lijkt me zo…
Ik slalom tussen fotograferende toeristen door en moet me er mee bemoeien wanneer ik op het Onze Lieve Vrouwenplein hoor: “Dit zal het Vrijthof wel zijn”. Eens een juf, altijd een juf … ?
Als ik een bougieke ga opsteken bij Slevrouw sta ik versteld van het kabaal in de kapel. Ik vind het niet kunnen. Zo respectloos. Er zitten mensen in de banken die even willen bidden, mediteren, om kracht komen vragen, en dan staat daar een horde toeristen op vol volume te orakelen. Als er ook nog iemand gaat bellen verzoek ik zonder nadenken de betreffende meneer om de kapel te verlaten. “En wel nu!” Ik krijg het er helemaal warm van. Maar het werkt en ondanks de geïrriteerde blikken worden de mensen toch wat rustiger. Ik steek mijn kaarsje aan en Slevruiwke lacht haar lieve lach.

Vivianne Rijnders©

Tevreden

City_mag_bannerFB_new.indd

Deze column schreef in april 2018 ik voor City Magazine Maastricht en Regio.

http://citymagazinemaastricht.nl/

 

Tevreden
Toen mijn relatie steeds diepere barsten opliep en er uiteindelijk geen enkele lijm de brokstukken nog kon helen, dacht ik te weten wat ik wilde als ik ooit weer verliefd zou worden. Groots en meeslepend moest mijn leven zijn. Vol passie en hartstocht. Een dal zou gevolgd worden door een hemelhoge piek van onmetelijk geluk. The Notebook, Titanic en The Bridges of Madison County zouden erbij verbleken.
Na het tweede glas wijn durf ik deze ernstige gedachtenkronkel te delen met een goede vriend, met wie ik net “God’s own country” heb gezien. We zitten in het restaurant-café van Cinema Lumière en zijn diep onder de indruk van het liefdesverhaal over twee jonge schapenboeren. De film geeft hun kwetsbare gevoelens voor elkaar prachtig realistisch weer. Mijn vriend vraagt zich af waarom homorelaties zo vaak mislopen. Is het door de taboesfeer die er helaas nog op rust? Maar ook heterorelaties knakken alsof het niets is. Als basisschoolleerkracht zie ik steeds vaker gezinnen uit elkaar vallen. Een aantal jaren geleden had ik in mijn kleuterklas hooguit één kindje van gescheiden ouders. Nu zijn het er vijf. We kennen inmiddels veel “patchworkfamilies”; mama en papa die kinderen uit meerdere relaties hebben en nu voor een hele rits stief- en halfbroertjes en -zusjes zorgen. Zes kinderen in de bakfiets. “Nee, we hebben geen opvang, ze zijn allemaal wel iets van ons.”
Zilveren huwelijken zijn zeldzaam. Mijn vriend en ik vermoeden dat veel mensen naïef dromen van een eindeloos gelukkig social-media-leven en daardoor totaal uit het oog verliezen waar het echt om gaat. Het plan om mijn levensweg Oscar-waardig verder te bewandelen verdween als sneeuw voor de zon toen ik na wat omzwervingen de papa van mijn kinderen weer gevonden had. En innig tevreden met hem op de bank lag. Ik verdiept in mijn boek, hij in een documentaire.
Tevreden zijn. Met je partner, je gezin. Met je leven. Beeldschermlevens zijn nep. Perfect bestaat niet. Tevredenheid wel. En dat is mooier dan de mooiste film.
Lumière loopt leeg. Mijn lieve vriend brengt me thuis waar de kat me begroet en dochter en man lekker slapen. Wat moet ik met meer?

Vivianne Rijnders©

Huizenstress

City_mag_bannerFB_new.indd

Deze column was de eerste die ik voor City Magazine Maastricht en Regio mocht schrijven. Hij is gemaakt in januari 2018.
http://citymagazinemaastricht.nl/

“Hoi Juffrouw, höbste ’n fijn vakantie gehad?” Zeven jaar en dan zoiets attents je voorbij fietsende juf naroepen, heerlijk. Het mannetje doelt op de kerstvakantie. Die, eenmaal in het werkritme, een eeuwigheid geleden lijkt. Door de vroege Vastelaovend is de kerstversiering al snel vervangen door de nieuwe Carnavalsvlaggen en ander roed-geel-greun. Op school zijn een paar kleuters in de Sinterklaastijd blijven steken en klinkt er af en toe een verdwaald “Sinterklaas Kapoentje”. Het is zo’n husselmaand, januari. Er wordt nog een verlate surpriseavond gehouden, sommigen kunnen geen afscheid van de kerstboom nemen en nieuwjaarsborrels verstrengelen zich met prinsenrecepties. Verwarrend. Koop je in deze tijd ook nog een huis, is de chaos in je hoofd compleet.
Onze huizenjacht duurde al een tijdje. De woningmarkt is overspannen en wij nu ook zo ongeveer. Steeds maar huizen kijken, af en toe een bod doen, waarbij je al woeste plannen maakt wie welke kamer krijgt, een muur doorbreekt, een gedurfd kleurtje op de wanden smeert en dan gaat het wéér niet door. In gedachten hebben we al minstens vijf woningen “gemetamorfoosd”. Er wordt hoog boven de vraagprijs geboden, huizen worden aan ongelofelijke bedragen verkocht, alsof het niets is.
We begonnen ons er al langzaamaan bij neer te leggen dat het ook met deze bezichtiging niets zou worden. Toch maar weer een bod gedaan en, ik kan het nog niet geloven, het huis is van ons. Na het één keer gezien te hebben … Impulsief misschien, maar een huis koop je op gevoel en dit voelde zoals het moet voelen. Gelukkig heb ik een man naast me die uitstekend zijn verstand gebruikt dus het is dik in orde.
De volgende stap is ons huis verkopen. Poetsen, opruimen, “jongens laat nou niets slingeren!”, nog eens dweilen, toch snel dat raam lappen. Al die vreemde mensen in ons lieve huisje. Die ongevraagd onze meubels keuren. Onze foto’s bekijken. Zien welke boeken er in de kast staan. Welk beddengoed we hebben. Misschien zelfs alles afkraken! Het hoort erbij maar wat heerlijk als alle handtekeningen zijn gezet.
En dan alleen nog maar even verhuizen …

Vivianne Rijnders©

Pleisterplaots veur de ziel

Iech loup nog zjus op tied de kleuterwc’kes in um te zien wie miene kleine batteraof P z’ne kop in de pot stik … en de wc aoftrèk. Iech geef ‘ne keek en sjaar ‘m bij zie bendsje. Twie knalblauw ouge in ‘n lekker mojl loere miech straolend aon. “Naat,” zeet heer blij. Wie kinste noe koed op zoe joonk zien? Nao twie brookplassers en eine speijer kin dit ouch nog wel debij.
Es mien viefentwinteg sjattekes nao hoes zien, bin iech touw aon koffie. Nou jeh … oet d’n otomaat kump e werm, broen brouwselke este op de knóp “koffie” duits. Inmiddels bin iech draon geweend meh lekker is aanders.
Zo. Noe mails beantwoorde, e begin make aon de nuitsbreef, de moojerkesdaag-kedokes die  vasgeplak zitte aon de vinsterbaank losfriemele en daan vergadere. Euver wat allemaol neet mie maag, hiel väöl, en wat allemaol moot. Nog väöl miejer. En toch … mien directrice vraog miech häör te maile euver mien winse veur koumend sjaoljaor. Mèt stip op ein sjrief iech häör: lierkrach gróp 1-2.
Op weeg nao hoes sjees iech de bieb in en oet, sjäör iech in hoeg tempo door de supermerret, kook thoes nog gezoond ouch veur maan en dochter en spring d’n oto in. “Mam, hoofste niks aanders aon?” reup mie keend in shock. Iech zeen noe pas de spetters op mien bloes. Geinen tied mie. “Dat zuut niemes!” roop iech door ’t ope ruutsje. Es iech de straot oet rij, veul iech mien haore doorein wejje … Iech kin noets ins fetsojndelek örgens aonkoume.
De Rieksweeg vaan Mestreech nao Wittem is prachteg. ’t Joonk greun gief ’t landsjap e vruntelek veurjaors-jeske, de zon sjijnt alle zörg weg. Veur mien doen vin iech de Kloesterbibliotheek in Wittem vrij gaw en aongenaom verras loup iech nao binne. “Pleisterplaats voor de Ziel” weurt ’t geneump. Dat veul iech metein; alle oonrös vaan d’n daag vèlt weg en maak plaots veur ’n deep content geveul. Hei mage veurleze, in zoe’n bieb, wat ’n ier, wat e fees! Bieb, dat is gein woord veur die sjitterende umgeving. De veuls de rös vaan ‘t kèrkeleke en tegeliek de inspiratie door al die beuk. Prachteg. Iech geneet al veurtot ’t is begonne. En es ’t daan begint … Iech lees veur, vertèl, bin in mien elemint.
De meziek heet get betouverends. Leefdesleedsjes, zoe sjoen, ’t raak miech tot in mien ziel. Dees plaots deit ziene naom ier aon. ‘ne Collega-sjrijver vertèlt mèt ’n stum die zoe werm is, zoe deep vaan klaank tot iech alles um miech heen vergeet. Iech verstaon neet eder woord vaan zien dialek meh iech begriep boe heer ’t euver heet. De klaanke zègke genóg. Wat is taol sjoen, wat kin taol mèt ‘ne mins doen! D’n aovend is te gaw veurbij. ’t Had nog ore mage dore. Veer hawwe kontak, zègge veer tegenein. Lui vaan de organisatie, de muzikante en de leve sjrijver mèt zien prachteg dialek.
Zoonder de radio aon te zètte rij iech in d’n duuster nao hoes. Miene kop zit nog vol meziek, wäörd en klaanke. Dat wèl iech vashawwe, neet verstore.
De kat zit op de deurmat te wachte. Iech zèt miech op de baank. Evekes alles laote bezinke. Pleisterplaots veur de ziel. Mèt rech.
Vivianne Rijnders©

wittem

L3

Even lunchen

We doen dit veel te weinig. Tijd maken voor elkaar. We moeten het koesteren; vriendschap tussen mensen met wie je een heel verleden hebt. Na een aantal keer een afspraak gemaakt en weer afgezegd te hebben, zitten we eindelijk tegenover elkaar. De jassen zijn nog niet uit of we zijn al aan het ratelen. We praten een uur vol voor we een broodje kiezen.
Hoe lang kennen we elkaar? Tweeëndertig jaar zeker. Ze is al oma maar dat gelooft niemand. Mooi en slank, stralend blauwe ogen in een jong gezicht. Terwijl ook haar levenspad niet vrij van hobbels en kuilen was. Is. We hebben allebei drie kinderen, ongeveer in dezelfde leeftijd. Ooit waren we achterburen en regelden we onderling vaak de babysit. We wisten steeds al vroeg van elkaars zwangerschappen en bij een bevalling stonden we voor elkaar klaar om reeds rond waggelende peuters op te vangen en frieten te bakken voor de hongerige kraamvrouw …
Vanwege onze redelijke kinderschare zijn we verhuisd maar onze vriendschap bleef en we zaten hele zondagmiddagen bij elkaar. Meestal bij hen rond de tafel want zij is altijd de keukenprinses geweest waar ik niet aan kon tippen. In de tijd dat mijn huwelijk begon te wankelen, verwaterde ook onze vriendschap. Een scheiding heeft meer gevolgen dan een gezin dat uit elkaar valt.
En toen hoorde ik dat ook zij het niet gered hebben. Ondanks dat ik het zelf meegemaakt heb, vraag ik me bij elke echtscheiding weer af hoe het in godsnaam mogelijk is. Leuk gezin, dotten van kinderen, fijne, mooie mensen met een goede baan. Alles wat iedereen waarschijnlijk ook bij ons dacht. Maar goed, we hebben het leven niet in de hand, het leven heeft ons in de hand. En het is zoals het is.
Uiteindelijk zochten we elkaar na jaren op en de klik was er weer. Het streven is een lunchafspraak zo één keer op de drie, vier maanden die in praktijk neerkomt op eens in de acht maanden. Maar dan wordt er ook gepraat! Foto’s geshowd van kinderen en kleinkind, hoogtepunten en dieptepunten gedeeld. Er is herkenning, er is meeleven. Er is vriendschap. Die we niet meer willen missen. Na een paar uur roept de plicht: boodschappen doen en thuis zijn voor er kinderen binnenvallen. Nog even uitvinden welk kind waar eet en dan springen we weer ons alledaagse leven in. De dames van de brasserie lachen om ons lange verblijf in hun zaak maar geven ons groot gelijk. Tijd maken voor elkaar! We nemen afscheid en weten dat we hier in de zomer weer samen zitten.

Vivianne Rijnders©

Euver de lach en de traon

’t Volgende stökske höb iech gesjreve veur ’t gezètsje vaan de Keemeleers, de Vastelaovendsvereineging vaan Groet Wiek. Iech wins uuch väöl leesplezeer. 

Eder jaor is ’t weer ’n apaart geveul: Sinterklaos kump aon, d’n daag daonao weurt ’t Mestreechs Vastelaovendsleedsje oetgerope en de keerslempkes haange al door de ganse stad. Soms móste de iesmöts op en dikke hejse aon, daan weer kinste in e ves door Wiek flanere. Alle sezojne in e paar weke tied. Alle fieste in e paar weke tied. Veur de kinderkes is ’t ouch raar. In de maondagmörge-krink op sjaol huurste: “Veer gónge gistere nao ‘t Carnevalsleedsje!” “Iech moch miene sjoon zètte!” “Veer höbbe keersspölle gekoch in ’t tuincentrum.” De zouws vaan minder de kluts kwiet rake. Meh noe, noe is ’t daan bijnao zoe wied: VASTELAOVEND! En allein mer VASTELAOVEND!
E jaor vluig en in e jaor gebäört väöl. Vrundsjappe en relaties, geboortes, leefde en gelök, groete successe of get minder. Meh ouch verdreet. Mestreech waor in de rouw bij ’t euverlije vaan e paar vaan häör markante, geleefde en oonvergeteleke inwoeners. De Keemeleers weite helaas alles devaan. Astrein d’n ierste Vastelaovend zoonder Jos. En zoe is achter väöl deure veur de boetewereld onbekind verdreet en leid. Oeteindelek sjare v’r us weer bijein, druge de traone en goon door, in de geis vaan eus gestorve vrun. V’r drinke us eine op hun in de wetensjap tot v’r ze noets zalle vergete.
Vastelaovend is ’t fies vaan de lach en de traon. Ofste noe Vors bis of Prins, tambour-maître of d’n dikke zjiem houws, achter of veur ’t bufèt steis, ederein heet zie gelök en zien oongelök. En dee Vastelaovend, wie dèks is ’t al bezoonge, is ’t bèste medicijn. Verklei diech; oetgebreid of allein e pruukske op, gaank op stap; evekes of drei daog aon e stök, drink diech get; e paar liter of e gleeske, meh gaank! Gaank die stad in, spring en dans, zing en lach, of geneet stèllekes vaan ’t plezeer um diech heen. ’t Maak niks oet wieste viers, este mer viers.
Keemeleers zien pinhawwers, dat is bekind. Dus twiefelt geer nog, gaot nao Wiek en liert dao wie dat moot, dat pinhawwe. Wiek is veerdeg deveur. Dao is zelfs e stök euverkap, höb geer ’t gezeen? De nui fietsestalling heet ’n hendeg sjiek daak. Dat hadde ze eigelek mote doortrèkke tot veurbij de Poshoorn, daan hadde de Keemeleers al hun activiteite in eder geval druug kinne hawwe. Iech vrees tot geinen eine Keemeleer ziech mèt die stalling bemeujt heet want daan waor dat wel aanders geloupe. D’n ingaank vaan dat dink is aon de kant vaan de statie; d’n oetgaank hadde ze ter huugte vaan de Rechstraot mote make. Daan kós gans Wiek in rijaloet druug de Brögkstraot in en oet danse. Mesjiens zien dao nog hiere Keemeleers die zin höbbe in get graofwerk? Es Alain de catering regelt, Henk de meziek en Lars kump e stökske zinge, moot dat toch te doen zien? Eve doorpakke en Wiek heet zienen eige oondergroondse fieszaol.

’t Is noe zoe wied: de nuie Vors is bekind, (Perficia Hoeglöstegheid Vors Peter!) ’t pekske haos veerdeg, de kute ingevèt en blauw-wit en roed-geel-greun seert de straote. Meer kom oet dee zedeleer, gaot drei daog op stap mèt Peer, zèt de kinder in de kaar en allèh, aon de geng! Weet tot ederein zie kruiske dreug meh pak uuch vas en ’t kump, wie daan ouch, altied weer good. Vastelaovend same!

Vivianne Rijnders©

lach en traon