Kabbelen

Deze column schreef ik voor City Magazine Maastricht&Regio dat eind augustus is uitgekomen.

Het is zo’n dag die voortkabbelt. En wat is dat soms lekker. Jongste dochter heeft een afspraak in Breda. “Je gaat toch mee mam?” Mam grijpt elke gelegenheid aan om een ritje met de trein te maken. Pure ontspanning. Mits de rails niet smeltende zijn, bladeren erop liggen, een vlok sneeuw of een persoon die er wel klaar mee is. Vandaag geen reis-vertragende ellende. Naast ons zitten twee jongetjes Donald Ducks te lezen. Ze eten een bruine boterham. We knipperen met onze ogen. Géén tablet met schiet- of ander gewelddadig kinderamusement. Géén zaden-, pitten- of karamelzeezouttoestanden. Twee kinderen die lachen om oom Donald met zijn neefjes terwijl ze zonder zeuren in hun stevige bammetjes happen. Het bestaat nog!

Mijn dochter moet tegenover het station zijn. Ik strijk neer op een terras in de zon en bestel een cappuccino. Beetje lezen, beetje schrijven, mensen kijken, nog een cappuccino. De Bredase Willemstraat blijkt hier bijzonder geschikt voor. Na een uur vind ik het welletjes en wandel naar het nabij gelegen park. Normaal heb ik dit geluk nooit, maar nu is er een ligstoel vrij. Een ergonomisch blok beton bekleed met kunstgras. Ook nog aan de vijver met fonteinen. Wat een lekkere plek. Ik deel hem met wat eenden en meeuwen, een zwanengezin en een haan met zijn kippenharem. Verderop doet een meneer yoga-oefeningen. Bij tijd en wijle lijkt hij in een slangenmens te veranderen. Steeds als ik denk dat hij niet meer uit de knoop komt, verandert hij van pose.

De zon schijnt, het water klatert en de bomen ruisen. Ik wist niet dat je op beton zo lekker kon liggen. Er komt een ouder koppel aan. Hij wil haar fotograferen. “Houdt je handen eens voor je buik, dan lijkt die niet zo dik.” In plaats van hem in de plomp te kieperen gehoorzaamt ze.
Dan gaat mijn telefoon. “Mam, ik ben aangenomen, ik ga naar Valencia!” Ze gaat. Negen maanden werken in Valencia. Half september vertrekt ze.

Het was zo’n dag. Zo’n dag die voort kabbelde. Was. Vanaf mijn beton zie ik haar aankomen. Stralend. Zelfverzekerd. Volwassen. Dat ze aangenomen is geeft haar de juiste boost. Ik ben trots. Maar er kabbelt niets meer. Even niet.

Vivianne Rijnders©

En inmiddels is het een week geleden dat ze vertrokken is. Mijn dappere jongste. Het is even wennen. Of ja … even?

Advertenties

Wereld

Het nieuwe CityMagazine Maastricht&Regio ligt alweer op de afgiftepunten. Dit is mijn column uit het vorige magazine. Veel leesplezier.

 

Wat een prachtige trouwdag was het. Vanaf dat ik mijn stralend meisje ’s ochtends in haar bruidsjurk hielp tot het uitzwaaimoment onder flonkerende sterren ver na middernacht was het een sprookje. En ze leefden nog lang en gelukkig. Mijn innige wens. We zijn een geweldige schoonzoon en een prachtige herinnering rijker.
Jongste dochter heeft haar felbegeerde Havodiploma en zoon een nieuw appartement. Onze zomer is akelig mooi begonnen. Hoewel mijn glas altijd halfvol is, mijn optimisme ontembaar, krijg ik van zoveel positiefs de kriebels. Al die ellende op aarde staat zo haaks op ons rijke leven. Jongste is een serie aan het volgen over discriminatie van gekleurde jongeren. Ze stuurde me het volgende berichtje: “Ik ben gewoon misselijk van die serie. Ik snap echt niet hoe de wereld in elkaar zit.” Dit schreef ik terug: “ Er is meer ellende dan geluk op de wereld. En het is de grote kunst om van je eigen leven iets moois te maken én iets  bij te dragen aan het verbeteren van die wereld, zonder dat je er zelf aan onderdoor gaat. De wereld is hard. Helaas. Als je regelmatig iets kleins doet om iemand te helpen, kan dat voor die ander net het verschil maken. En daar haal je veel voldoening uit. Daarom houd ik van mijn werk op school. Ik los geen wereldproblemen op maar kan kleuterleventjes een beetje mooier kleuren. Hopelijk blijf je altijd alle goeds zien dat die wereld ook biedt, ondanks de slechtheid overal.”
Was dat het goede antwoord? Hoe help je je kind over het randje van het nest als je weet hoe donker het vaak verder weg is? Ze achttien, tijd om het zelf te gaan doen. Het vangnet thuis blijft. Klaar om te steunen als de wereld te zwart wordt. Om samen te bedenken waarom die wereld zo is. Maar dat snappen wij ook niet. Dus houden we het klein. Dichtbij huis van betekenis zijn. Dichtbij huis goed doen. En hopen dat het dichtbij huis goed blijft. Vasthouden en optrekken aan de waardevolle dagen. En de wereld om je heen regenboogkleurtjes geven. Mét een gouden randje!

 

 

 

 

Vivianne Rijnders©

 

Vrijheid?

Deze column schreef ik voor City Magazine Maastricht&Regio van juni 2019.

City_mag_bannerFB_new.indd

De grote witte hoes hangt aan een haakje aan het plafond van onze slaapkamer. ‘Forever love’ staat er in sierlijke lichtblauwe letters op. Elke dag trek ik voorzichtig de rits een klein stukje open voor een stiekem voorpret-momentje. En raak hem heel zachtjes aan; de bruidsjurk van onze oudste dochter. Over een paar weken mag mijn P haar weggeven aan de man van haar dromen. ‘Forever love’. Een prachtige gebeurtenis in een harde wereld. In een wereld waar figuren als Thijs H en Steve B menig ouder slapeloze nachten bezorgen. In een wereld waar veiligheid niet gegarandeerd wordt.

Mijn dochters fietsen regelmatig door het donker. Ik druk ze duizendmaal op het hart me te bellen als ze alleen naar huis moeten, ik ben bereid ze overal vandaan op welk tijdstip dan ook op te halen. Maar die dames denken dat hen niets gebeurt, zij willen niet door angst geleid worden. Dat klinkt heel zelfverzekerd en stoer, en is ook goed. Je moet je inderdaad niet door angst laten leiden, dat werkt enorm beperkend. Maar! In deze tijd? Dus als ik soms achteraf hoor dat er toch eentje alleen naar huis is gekomen, voel ik naast de opluchting dat het betreffende kind ongeschonden voor me staat, ook een fikse boosheid. Niet alleen om het hachelijke fietstochtje maar ook op de maatschappij. Die zo onveilig is dat er ouders zijn die hun dochter nooit meer thuis zien komen. Die nooit haar bruidsjurk aan een haakje kunnen hangen. Waar ‘Forever love’ een oneindig verdriet is.

‘Forever love’. De Sire-Campagne ‘doeslief’. Kreten en oproepen om de wereld wat mooier te maken. Krijgen we daarmee alle Thijs H’s en Steve B’s weggewerkt? Nee, helaas. Misschien bereiken we wel dat er wat beter geluisterd wordt naar mensen. Waarom worden vaders die vertellen dat hun levensgevaarlijke zoon moet worden vastgezet, niet geloofd? Waarom lopen die zonen vrij rond en kunnen onze dochters dat daardoor niet? We moeten allemaal de vrijheid hebben om te kunnen zijn waar we willen, op elke plek, op elk tijdstip, zonder angst voor een gevaarlijke verkrachter. Luister naar elkaar. Neem elkaar serieus. ‘Doeslief’. ‘Forever love’. Pas dan kunnen we echte vrijheid realiseren.

 

Vivianne Rijnders©

Schaduw

Deze column van mij heeft in het CityMagazine Maastricht & Regio van mei 2019 gestaan.

City_mag_bannerFB_new.indd

 

In de vroege ochtend fiets ik naar school. De opkomende zon heerlijk in de rug. Mijn schaduw fietst een meter of tien voor me uit. Poeh, wat een rijzige gestalte ben ik. Met een gekke knot op mijn hoofd, zo op het asfalt geprojecteerd. Die rijzige gestalte is in werkelijkheid nog geen meter zestig lang. De knot is waarheidsgetrouw raar. Ik denk aan mijn kleuters, die altijd spelletjes met hun schaduw doen. “Juf, ik probeer op mijn eigen hoofd te springen, maar het lukt niet!” “Juf, ik wil over mezelf heen springen maar mijn schaduw springt mee!”
fietstochtje1
Over jezelf heen springen. Verder proberen te springen dan je eigenlijk kunt. Je grenzen onmogelijk ver leggen. Voor hen is het spelen. Voor ons volwassen vaak realiteit. Waarom zijn er anders zoveel mensen overspannen, zoveel mensen met een burn-out? Ik heb ook een paar keer te lang gedacht dat ik die schaduw wel voorbij kon rennen, harder en harder, mezelf inhalen. En op het moment dat hij mijn hand pakte om me tot stoppen te manen, was het te laat. Uitgeblust en opgebrand ontdekte ik dat het een wereldreis geworden was om de gft-bak vanuit de achtertuin over de oprit naar de stoep te brengen. Dat ik, na een boodschap doen, als ik al naar de winkel durfde, een uur moest gaan liggen. Ervoer dat slapen pure noodzaak was. En in de zon zitten helend. Dat ik alleen maar iets eenvoudigs kon lezen want literatuur bereikte mijn hersenen niet. Ik leerde dat elk klein stapje een grote sprong betekende op de weg terug naar mezelf. Het goede ervan was dat ik de tijd had om na te denken wat ik wilde. Waar ik echt blij van werd. En alle moed te verzamelen om stevige knopen, waarvan ik dacht dat ze voor altijd vast zaten, door te hakken. 

Bij school aangekomen is mijn schaduw aardig wat kleiner geworden. En mijn knot door het fietsen uitgezakt. Maar ik ben het. Ik met mijn schaduw voor me of naast, achter me soms. Er over heen springen? Dat laat ik aan mijn kleuters over.

 

Vivianne Rijnders©

Momintsjes

Momintsjesgelök

’n Gordijn die opbolt door de wind
E stökske lente wejt nao binne
        De merks totste lachs

Vreug in de mörge ’n tas zeute thee
De reuk vaan broedsjes in d’n ove
        De merks totste lachs

’n Riepe roej eerbeis, um zoe mer in te biete
In d’n hoof bleujt de ierste raos roes
        De merks totste lachs

De zon  die de kaw oet d’n kneuk verjaog
En op die geziech e plezereg tintsje touvert
        De merks totste lachs

Speulende kinder sjatere
De buurvrouw zingk e leedsje vaan vreuger
        De merks totste lachs

Este mer wèls zalste zien
Tot ’t leve ze in veurraod heet
Vaan die hiel klein momintsjes
Barstensvol vaan groet gelök

En de merks … totste lachs!

 

Vivianne Rijnders©

Ode aon ’t Mooswief

mooswiefOuge wie straolende stare
Wange roed en roond
Zoe hingk ze
Hoeg bove häör Vastelaovendskinder
Eder jaor obbenuits
Eder jaor vertrouwd
Èlf sjeut op zoondagmörge
En eus patroenes waak
Euver us
Viert mèt us
Geneet mèt us
Twelf oor dinsdagnach
Mooswief en Prins
Verboonde in ’ne lach en ’n traon
De lach en de traon vaan ’t leve
Zoe is euze Vastelaovend
Zoe is eus Mooswief
En dat …
Zal altied zoe blieve!

 

Vivianne Rijnders©

Sjèlderijke vaan ’t Mooswief is gemaak door Shirley Beckers-Innemee.

’t Hingk in de loch (2 en 3)

In d’n aonluip nao Vastelaovend maag iech veur ViaMaastricht wekeleks e kort stökske plaotse um uuch in de stumming te bringe. Heibij de columnkes vaan veurege en dees week. Vastelaovend same!

’t Hingk in de loch … 

En toen woort oonder ’n straolende zon euzen Hoegen Hoeglöstegheid Prins Armand d’n Ierste oetgerope. Geine rege, snie of störm, nein, Zjezeke waor weer ‘ns mèt de Mestreechtenere. Gigantius en d’n Ingel hele ’n groete oug in ’t Vastelaovendszeil en de ganse Merret sjitterde en glitterde. ’t Maske waor nog op meh Mestreech zaog ’t al: v’r kriege ‘ne gooje! Dee heet confetti in zie blood en de dreikwaartsmaot in ziene voot. En wie d’n Hoeglöstegheid einmaol oetgerope waor, kóste de lui tot in Zuzaote mètgenete vaan de Prinseleke wäörd.
Zate Hermeniekes späölde de stare vaan d’n hiemel, verpópzakte Aziate maakde foto’s mèt metershoeg zelvers-stekke en ’t pèlske … esof d’ch ’n ingelke …
Mestreech, v’r máge weer! Ech woer? Jeh jao!

 


 

’t Hingk in de loch …

En daan geiste die doeze oethole. Die doeze vol pekskes. Iers móste de rotzooi vaan e gans jaor devaanaof hole. Bergsjeun, ‘n hamsterkouw, e kepot lochbèd … Meh daan zien ze dao. En de deis ze ope … Dee reuk! Versjaold beer, e vaag rouklöchske, get mufs, aoaoh! Alles is gewasse of heet op z’n mins ore boete gehaange en toch, die loch. Heerlek. Lekker drin sjravele en wie ’t kint snapste neet meh in ’n mum vaan tied ligk euveral confetti. De reiperok, ’t eskimopak, dat fel gekleurd jeske. ‘nen Hood, ’n boontmöts en boa’s in alle kleure. Wach get, dao huurt meziek bij. De zèts e vastelaovendspleetsje op en sjöts d’ch e Jägermeisterke in. En veuls diech gelökkeg.
Vastelaovend is väöl mie es allein die drei daog!

 

Vivianne Rijnders©

Carnaval_feestartikelen_confettie_3