Herfst

Grijs. Een eindeloos grijze lucht. Veel heb ik er niet mee. Met regen nog minder. Soms, met een boek op de bank en heel veel kaarsen aan, thee of wijn erbij, afhankelijk van het tijdstip, kan ik wel eens genieten van zo’n herfstdag. Maar tegen de wind in naar het werk fietsen, door de storm aangestuurde kleuters in toom houden, veel kleine vingertjes in veel kleine handschoentjes friemelen ( mama’s, koop wanten alsjeblieft, al is het maar om de juffen een plezier te doen), door het schemerdonker naar huis fietsen, ontdekken dat je licht het niet doet en dat je regencape niet stormbestendig is (hij scheurt mooi in twee stukken als ik nog een kwartier moet fietsen), nee, dan ben ik al klaar met de herfst.
’s Avonds hoor ik van mijn dochter dat ze is omgewaaid. Omgewaaid! Met fiets en al! We klagen tegen elkaar aan om vervolgens de keuken in te duiken. Kijk, dan vind ik dit seizoen weer eventjes leuk. Van dat heerlijk warm troostrijk eten bereiden. Stoofpot met lekker mals rundvlees, veel groenten, kruidnagels en laurierblaadjes en een niet bepaald zuinige scheut wijn. Van alles bakken. En soep maken. Gisteren zapte ik tijdens een koffie-met-teveel-chocolade-pauze in mijn wekelijkse poetssessie wat zenders af en stuitte bij omroep Max, over grijs gesproken, op een kookprogramma. Met die mooie on-omroep-Max-achtige kokkin. Naam kwijt. Over grijs gesproken. Maar goed, zij maakte spitskoolsoep. Met natuurlijk spitskool. En prei en een hele bol knoflook. En dat lukte haar in een smetteloze ananas-print-jurk, met onberispelijk haar en dito make-up. Zo kook ik niet. Sowieso moet ik tegenwoordig tijdens het koken de leesbril op. Ik kan anders de recepten niet lezen en snijd mijn vingers in ringen in plaats van de ui. De bril beslaat regelmatig. En ik huil dikke tranen van die ui waardoor mijn eyeliner uitloopt. Ook knoei ik er vrolijk op los. Mijn knot zakt uit (onverklaarbaar) en ik heb achter het fornuis geen hoge hakken aan. Maar die soep ga ik maken! Net zoals pasta’s met romige sauzen, frietjes onder een warme deken van zuurvlees, pittige curry’s, allemaal heerlijk in dit jaargetijde. Maar verder … Ik houd niet van donker maar ook niet van kunstlicht overdag. Lagen kleren over elkaar om het een beetje warm te hebben vind ik niet fijn. Maar de hele dag bibberen ook niet. Mijn voeten zijn chronisch zo koud dat het optrekt tot aan mijn knieën. Mijn gewrichten zitten vast en doen pijn. Over grijs gesproken.
Maar wat een geklaag! Mijn opvliegers zijn bij lage temperaturen wat minder, hoera! Sinterklaas is zich aan het voorbereiden op zijn komst naar Nederland. Dit wordt de eerste Kerst in ons nieuwe huis, waar gaan we De Boom zetten? De stad is mooi verlicht, en door dit alles heen piept al een beetje Vastelaovendssfeer. Er wandelt op dit moment iemand langs mijn huis, ik zit altijd met mijn laptopje dichtbij het raam, in een knalrode jas en met een zuurstokroze paraplu. Dat fleurt de boel meteen op. En als ik naar mijn najaars-tafereel in de voortuin kijk, met viooltjes, heideplantjes, pompoenen en blaadjes in de mooiste kleuren, ach, dan geniet ik ook. En over ruim anderhalve maand gaan de dagen alweer lengen. Een heleboel beetjes leuk, eigenlijk. Dus waar zeur ik over? Fijne herfst allemaal!

Vivianne Rijnders©

herfst
P.S. #SandraYsbrandy heet ze, die mooie kokkin.

Advertenties

Gewoon gaan

Weer een stukje dat ik schreef voor City Magazine Maastricht en Regio ( http://citymagazinemaastricht.nl/ )

City_mag_bannerFB_new.indd

 

Gewoon gaan!

“Durf, doe, trek je stoute schoenen aan, soms moet je niet blijven denken, soms moet je gewoon gaan.” Dit gedichtje van JIP stond boven haar annonce. Veel te jong en veel te onmisbaar moest ze door haar ziekte het leven loslaten. Moest ze gaan. Een paar weken geleden namen we allebei afscheid van onze school. Ik omdat ik elders ga werken, zij omdat ze met vervroegd pensioen ging in de hoop nog een poosje van haar geliefden te kunnen genieten. Ze was broos, fragiel maar nog vol zin in het leven. Dat dan nu toch afgelopen is. Het is te snel gegaan. Zo verdrietig.
Het gedichtje klinkt voortdurend in mijn hoofd. Ik voel het als een boodschap, een boodschap voor iedereen. Want wéér worden we met onze neus op de feiten gedrukt, wéér zien we hoe ziekte en dood je plannen kunnen versplinteren. Je dromen brut en cru in gruzelementen laten vallen. Durf en doe! Adem het leven in en maak die reis. Zeg ja tegen die uitdagende baan. Redt je relatie of stap er juist uit. Duik in de golven al zijn ze hoog en is het water koud. Blijf niet denken maar ga gewoon.

Slechts achttien woorden telt het gedichtje. Maar wat zeggen ze veel en wat geven ze je veel als je doet wat hier zwart op wit staat. En dat hoeft niet gelijk iets heel groots te zijn. Zo zijn wij deze zomer niet ver weg geweest. Na ons turbulente jaar moeten we éven de bankrekening spekken. En de rust weer vinden. Alsjeblieft niets ingewikkelds of onbekends. Mijn P houdt van het bos, mijn eeuwige liefde is de zee. Dus hebben we gependeld tussen Ardennen, Noordzee en thuis. Waar we een wasje draaiden en de planten verzorgden om vervolgens met of zonder dochter weer weg te rijden.
In een hangmat tussen de bomen, een ree vlakbij je ontbijttafel. Zwemmen in de Noordzee en een zeehond zien. Genieten van Hollandse en Belgische gezelligheid. En tussendoor stapels boeken verslinden. Het was heerlijk. We deden precies wat we wilden. We hebben weinig gedacht, we gingen gewoon. Maar wij kwamen terug. Wij hadden een keuze. Wij wel. Gelukkig. Zij niet. Triest genoeg.

Vivianne Rijnders©

Wendingen

Ook deze keer weer een column van mij uit de augustus-editie van #CityMagazineMaastricht&regio

http://citymagazinemaastricht.nl/

City_mag_bannerFB_new.indd

Het is de eerste week van de zomervakantie en ik ben niet in mijn normale doen. Na hard werken in die warmte met vermoeide leerlingen, is het lastig een lagere versnelling te vinden. ’s Ochtends schrik ik wakker op een tijdstip dat ik normaal op de fiets zat, of zelfs al voor de klas stond. Hoeps, benen uit bed … oh nee, vrij … Benen terug. Talloze post-its met “denk aan … ” zijn niet van mijn netvlies te branden. Wat een jaar was het. Inderdaad, leraren denken in schooljaren, niet in kalenderjaren. Een jaar waarin ik regelmatig over mijn schouder moest kijken om te zien waar ik bleef. Er is zoveel gebeurd. We zijn hertrouwd. Dat staat maar liefst op nummer zeven in de lijst van stress verhogende levensgebeurtenissen. Ons huwelijk kwam na de “echtelijke verzoening”, op tien in die lijst. Ja, ik moest er ook om lachen. We wilden graag een ander huis. Oude woning verkocht, nieuwe gekocht en verhuisd. Op nummer drieëndertig in de stresslijst, niet zeuren dus. Kinderen opvoeden staat er ook in, een nog niet afgerond project bij ons thuis. En als klap op de vuurpijl heb ik een nieuwe baan. Genoteerd op de achttiende plaats. Maar als ik die hele top veertig bekijk staan daar wel meer zaken in waar we ons het afgelopen jaar doorheen geworsteld hebben. Ach, wat zou het leven saai zijn als de weg rechtdoor liep. Zonder af en toe en zijstraat, een doodlopend weggetje, een hoge berg of diep dal. Ons levenspad vormt ons, geeft emoties, kracht, kleurt het leven. En leert ons dat alles altijd doorgaat. Dat je na een periode van ellende weer gaat genieten. Het leven kent geen navigatiesysteem, geen “Keer om, alstublieft”, geen “Vervolg de weg voor tachtig kilometer”. Je weet niet altijd welke afslag je op een rotonde moet nemen. Niet erg, een omweg is soms beter.
Mijn oude school heeft me uitgezwaaid, mijn nieuwe me warm ingehaald. Wat zal komend jaar me brengen? Een jaar waarop ik me verheug, vast weer vol onverwachte wendingen. Maar eerst afschakelen, even wel een rechte weg. Eventjes.

Vivianne Rijnders©

Mei

City_mag_bannerFB_new.indd

En nog een column die ik voor City Magazine Maastricht en Regio mocht schrijven. Gemaakt in … mei.
http://citymagazinemaastricht.nl/

Mei
Het is mei. De Dag van de Arbeid, Dodenherdenking en Bevrijdingsdag. De maand van Communiefeesten, Processies, Hemelvaart. Mariamaand. En dit jaar ook de aanloop naar de Heiligdomsvaart. Er is steeds iets te doen in en om de stad. Heerlijk. Bijna elke zondagochtend klinkt er harmoniemuziek in de buurt. De feestelijke tonen rollen door de open ramen het huis binnen en geven de dag een fijn kleurtje. En door zoveel festiviteiten en vrije dagen staat de stad alweer bol van de toeristen.
Tegen een muur in de Stokstraat staat een koppel. Op bergschoenen, gewapend met nordic-walking-stokken. “Ik wil een winkelstraat, dit is geen winkelstraat,” dramt zij. “Winkels zat toch,” bromt hij. Ik moet dringend mijn veter opnieuw strikken want hier smul ik van. “Wáár zie jij dan winkels?” “Nou hiero!” Hij maait met zijn stokken door de lucht, terwijl hij verlangend naar De Karkol kijkt. Hij proeft het pilsje al. “Een kroeg ja! En van die zakies die niks voor mijn zijn! Ik mot H&M! En C&A!”, galmt ze. Hij zucht. Ze werpt hem een woedende blik toe en nordic-walkt met stevige tred de Stokstraat uit. Hij haalt zijn schouders op, blikt triest richting het café en sjokt achter haar aan. De stokken op zijn schouder. Een pashokjesmiddag vrezend, lijkt me zo…
Ik slalom tussen fotograferende toeristen door en moet me er mee bemoeien wanneer ik op het Onze Lieve Vrouwenplein hoor: “Dit zal het Vrijthof wel zijn”. Eens een juf, altijd een juf … ?
Als ik een bougieke ga opsteken bij Slevrouw sta ik versteld van het kabaal in de kapel. Ik vind het niet kunnen. Zo respectloos. Er zitten mensen in de banken die even willen bidden, mediteren, om kracht komen vragen, en dan staat daar een horde toeristen op vol volume te orakelen. Als er ook nog iemand gaat bellen verzoek ik zonder nadenken de betreffende meneer om de kapel te verlaten. “En wel nu!” Ik krijg het er helemaal warm van. Maar het werkt en ondanks de geïrriteerde blikken worden de mensen toch wat rustiger. Ik steek mijn kaarsje aan en Slevruiwke lacht haar lieve lach.

Vivianne Rijnders©

Tevreden

City_mag_bannerFB_new.indd

Deze column schreef in april 2018 ik voor City Magazine Maastricht en Regio.

http://citymagazinemaastricht.nl/

 

Tevreden
Toen mijn relatie steeds diepere barsten opliep en er uiteindelijk geen enkele lijm de brokstukken nog kon helen, dacht ik te weten wat ik wilde als ik ooit weer verliefd zou worden. Groots en meeslepend moest mijn leven zijn. Vol passie en hartstocht. Een dal zou gevolgd worden door een hemelhoge piek van onmetelijk geluk. The Notebook, Titanic en The Bridges of Madison County zouden erbij verbleken.
Na het tweede glas wijn durf ik deze ernstige gedachtenkronkel te delen met een goede vriend, met wie ik net “God’s own country” heb gezien. We zitten in het restaurant-café van Cinema Lumière en zijn diep onder de indruk van het liefdesverhaal over twee jonge schapenboeren. De film geeft hun kwetsbare gevoelens voor elkaar prachtig realistisch weer. Mijn vriend vraagt zich af waarom homorelaties zo vaak mislopen. Is het door de taboesfeer die er helaas nog op rust? Maar ook heterorelaties knakken alsof het niets is. Als basisschoolleerkracht zie ik steeds vaker gezinnen uit elkaar vallen. Een aantal jaren geleden had ik in mijn kleuterklas hooguit één kindje van gescheiden ouders. Nu zijn het er vijf. We kennen inmiddels veel “patchworkfamilies”; mama en papa die kinderen uit meerdere relaties hebben en nu voor een hele rits stief- en halfbroertjes en -zusjes zorgen. Zes kinderen in de bakfiets. “Nee, we hebben geen opvang, ze zijn allemaal wel iets van ons.”
Zilveren huwelijken zijn zeldzaam. Mijn vriend en ik vermoeden dat veel mensen naïef dromen van een eindeloos gelukkig social-media-leven en daardoor totaal uit het oog verliezen waar het echt om gaat. Het plan om mijn levensweg Oscar-waardig verder te bewandelen verdween als sneeuw voor de zon toen ik na wat omzwervingen de papa van mijn kinderen weer gevonden had. En innig tevreden met hem op de bank lag. Ik verdiept in mijn boek, hij in een documentaire.
Tevreden zijn. Met je partner, je gezin. Met je leven. Beeldschermlevens zijn nep. Perfect bestaat niet. Tevredenheid wel. En dat is mooier dan de mooiste film.
Lumière loopt leeg. Mijn lieve vriend brengt me thuis waar de kat me begroet en dochter en man lekker slapen. Wat moet ik met meer?

Vivianne Rijnders©

Huizenstress

City_mag_bannerFB_new.indd

Deze column was de eerste die ik voor City Magazine Maastricht en Regio mocht schrijven. Hij is gemaakt in januari 2018.
http://citymagazinemaastricht.nl/

“Hoi Juffrouw, höbste ’n fijn vakantie gehad?” Zeven jaar en dan zoiets attents je voorbij fietsende juf naroepen, heerlijk. Het mannetje doelt op de kerstvakantie. Die, eenmaal in het werkritme, een eeuwigheid geleden lijkt. Door de vroege Vastelaovend is de kerstversiering al snel vervangen door de nieuwe Carnavalsvlaggen en ander roed-geel-greun. Op school zijn een paar kleuters in de Sinterklaastijd blijven steken en klinkt er af en toe een verdwaald “Sinterklaas Kapoentje”. Het is zo’n husselmaand, januari. Er wordt nog een verlate surpriseavond gehouden, sommigen kunnen geen afscheid van de kerstboom nemen en nieuwjaarsborrels verstrengelen zich met prinsenrecepties. Verwarrend. Koop je in deze tijd ook nog een huis, is de chaos in je hoofd compleet.
Onze huizenjacht duurde al een tijdje. De woningmarkt is overspannen en wij nu ook zo ongeveer. Steeds maar huizen kijken, af en toe een bod doen, waarbij je al woeste plannen maakt wie welke kamer krijgt, een muur doorbreekt, een gedurfd kleurtje op de wanden smeert en dan gaat het wéér niet door. In gedachten hebben we al minstens vijf woningen “gemetamorfoosd”. Er wordt hoog boven de vraagprijs geboden, huizen worden aan ongelofelijke bedragen verkocht, alsof het niets is.
We begonnen ons er al langzaamaan bij neer te leggen dat het ook met deze bezichtiging niets zou worden. Toch maar weer een bod gedaan en, ik kan het nog niet geloven, het huis is van ons. Na het één keer gezien te hebben … Impulsief misschien, maar een huis koop je op gevoel en dit voelde zoals het moet voelen. Gelukkig heb ik een man naast me die uitstekend zijn verstand gebruikt dus het is dik in orde.
De volgende stap is ons huis verkopen. Poetsen, opruimen, “jongens laat nou niets slingeren!”, nog eens dweilen, toch snel dat raam lappen. Al die vreemde mensen in ons lieve huisje. Die ongevraagd onze meubels keuren. Onze foto’s bekijken. Zien welke boeken er in de kast staan. Welk beddengoed we hebben. Misschien zelfs alles afkraken! Het hoort erbij maar wat heerlijk als alle handtekeningen zijn gezet.
En dan alleen nog maar even verhuizen …

Vivianne Rijnders©

Pleisterplaots veur de ziel

Iech loup nog zjus op tied de kleuterwc’kes in um te zien wie miene kleine batteraof P z’ne kop in de pot stik … en de wc aoftrèk. Iech geef ‘ne keek en sjaar ‘m bij zie bendsje. Twie knalblauw ouge in ‘n lekker mojl loere miech straolend aon. “Naat,” zeet heer blij. Wie kinste noe koed op zoe joonk zien? Nao twie brookplassers en eine speijer kin dit ouch nog wel debij.
Es mien viefentwinteg sjattekes nao hoes zien, bin iech touw aon koffie. Nou jeh … oet d’n otomaat kump e werm, broen brouwselke este op de knóp “koffie” duits. Inmiddels bin iech draon geweend meh lekker is aanders.
Zo. Noe mails beantwoorde, e begin make aon de nuitsbreef, de moojerkesdaag-kedokes die  vasgeplak zitte aon de vinsterbaank losfriemele en daan vergadere. Euver wat allemaol neet mie maag, hiel väöl, en wat allemaol moot. Nog väöl miejer. En toch … mien directrice vraog miech häör te maile euver mien winse veur koumend sjaoljaor. Mèt stip op ein sjrief iech häör: lierkrach gróp 1-2.
Op weeg nao hoes sjees iech de bieb in en oet, sjäör iech in hoeg tempo door de supermerret, kook thoes nog gezoond ouch veur maan en dochter en spring d’n oto in. “Mam, hoofste niks aanders aon?” reup mie keend in shock. Iech zeen noe pas de spetters op mien bloes. Geinen tied mie. “Dat zuut niemes!” roop iech door ’t ope ruutsje. Es iech de straot oet rij, veul iech mien haore doorein wejje … Iech kin noets ins fetsojndelek örgens aonkoume.
De Rieksweeg vaan Mestreech nao Wittem is prachteg. ’t Joonk greun gief ’t landsjap e vruntelek veurjaors-jeske, de zon sjijnt alle zörg weg. Veur mien doen vin iech de Kloesterbibliotheek in Wittem vrij gaw en aongenaom verras loup iech nao binne. “Pleisterplaats voor de Ziel” weurt ’t geneump. Dat veul iech metein; alle oonrös vaan d’n daag vèlt weg en maak plaots veur ’n deep content geveul. Hei mage veurleze, in zoe’n bieb, wat ’n ier, wat e fees! Bieb, dat is gein woord veur die sjitterende umgeving. De veuls de rös vaan ‘t kèrkeleke en tegeliek de inspiratie door al die beuk. Prachteg. Iech geneet al veurtot ’t is begonne. En es ’t daan begint … Iech lees veur, vertèl, bin in mien elemint.
De meziek heet get betouverends. Leefdesleedsjes, zoe sjoen, ’t raak miech tot in mien ziel. Dees plaots deit ziene naom ier aon. ‘ne Collega-sjrijver vertèlt mèt ’n stum die zoe werm is, zoe deep vaan klaank tot iech alles um miech heen vergeet. Iech verstaon neet eder woord vaan zien dialek meh iech begriep boe heer ’t euver heet. De klaanke zègke genóg. Wat is taol sjoen, wat kin taol mèt ‘ne mins doen! D’n aovend is te gaw veurbij. ’t Had nog ore mage dore. Veer hawwe kontak, zègge veer tegenein. Lui vaan de organisatie, de muzikante en de leve sjrijver mèt zien prachteg dialek.
Zoonder de radio aon te zètte rij iech in d’n duuster nao hoes. Miene kop zit nog vol meziek, wäörd en klaanke. Dat wèl iech vashawwe, neet verstore.
De kat zit op de deurmat te wachte. Iech zèt miech op de baank. Evekes alles laote bezinke. Pleisterplaots veur de ziel. Mèt rech.
Vivianne Rijnders©

wittem

L3